Vandaag hebben we de stal opnieuw ingedeeld.
Er zijn 4 potten, dus ook 4 groepen met schapen die gemolken kunnen worden. Achterin de potten maken we soms wel nog extra hokken met schapen die op dat moment niet gemolken worden.
Er waren 4 groepen met schapen: een groep die in juni heeft afgelammerd, een groep die in april heeft afgelammerd, een groep die in februari heeft afgelammerd en een groep ‘oudmelkse’ schapen, die dus vorig jaar hebben afgelammerd.
Redenen om verschillende groepen te maken zijn een verschillend rantsoen, en al dan niet of verschillende rammen bij de groep. Een langere periode na het aflammeren gaan de schapen steeds minder melk geven, en krijgen ze ook steeds minder krachtvoer. Als ze minder dan 1,5 liter per dag geven, dan gaan ze bij de ram, de betere ooien bij een melkschapen-ram om later de ooitjes aan te houden, de mindere ooien bij een vlees-ram, om een betere prijs voor de lammetjes te kunnen maken.
Al met al zijn nu de volgende groepen ontstaan:
een groep met melkschapen-ram
een groep met vlees-ram
de groep die in juni heeft afgelammerd
een groep met de overige ooien die nog meer dan 1,5 liter per dag geven
